Tijdens mijn vakantie in de Eiffel heb ik het boek “De Passievrucht” van Karel Glastra van Loon gelezen. Ik zag vlak voor ons vertrek zijn weduwe op TV en vroeg me af waar zijn naam me toch zo bekend van voorkwam. Toen ik dat op internet opzocht wist ik het weer: hij is aan kanker overleden (of aan de gevolgen van de behandeling - dat zullen we maar netjes in het midden laten) dus ergens tijdens een van mijn surfexpedities (over internet want op het water surf ik niet) ben ik toen zijn website tegengekomen. Toen ik de volgende dag in de bibliotheek vrijwel recht op zijn boek af liep dat daar uitgestald stond, heb ik besloten dat boek mee te nemen en daar heb ik beslist geen spijt van gehad! Eén van de dingen die mij aan het denken gezet hebben is de passage (waar ik nu bij gebrek aan een boekenlegger een ezelsoortje heb aangebracht) in hoofdstuk 38, waar hij op Ameland filosofeert over “het hoogste doel”, en ik citeer hier (delen van) enkele zinnen die mij erg aanspraken:
“Het hoogste doel is definitief afrekenen met het exclusief denken. ….Het is het denken dat onderscheid maakt en isoleert. Het is het denken dat een prachtig hulpmiddel is om aan waarheidsbevinding te doen, maar dat helaas tot doel in zichzelf is verheven. En dan vormt het het grootste obstakel om tot wijsheid te komen….Het vervelende van exclusief denken is dat het op den duur zichzelf als enige juiste denkvorm ziet en dan leidt het tot intellectuele verlamming en zelfs tot regelrechte stompzinnigheid. .. Bijvoorbeeld in de discussies over wat bepalend is voor wie we zijn…Het tegenovergestelde van expliciet denken is gelegen in de werkelijke aanvaarding van het paradoxale. De sleutel tot iedere wijsheid is een paradox”.
En dat brengt mij terug bij de vraag: “wat is wijsheid?” of beter gezegd “waar ligt mijn wijsheid”. Ligt mijn wijsheid opgesloten in de paradox? De schijnbare tegenstelling die ook zo goed tot uiting kwam in mijn droom van gisteren (9 sept)? Aan de ene kant aanvaard ik mijn noodlot en weet ik dat wanneer mijn tijd gekomen is, ik toch ga, hoe zeer ik ook tegenspartel…..of juist niet… Aan de andere kant doe ik alles wat in mijn vermogen ligt om mijn lichaam te ondersteunen in het proces de kanker geen kans te geven mijn lichaam (verder) te vernietigen. En hierbij word ik door de buitenwereld tegengewerkt. Ik heb middelen uit deze buitenwereld (geld/therapie) nodig om mijn lichaam verder te kunnen ondersteunen, terwijl deze strijd mij tevens weghaalt van datgene dat voor mij van wezenlijk(er) belang is: mijn binnenwereld. De Heiligheid van het hart.
Moet ik deze pertinente weigering van de buitenwereld zien voor wat het is: “intellectuele verlamming en regelrechte stompzinnigheid” en mij daar slachtoffer van voelen? Of moet ik me neerleggen bij de redenering dat de buitenwereld een afspiegeling is van onze binnenwereld en dat de middelen die je nodig hebt voor je genezing je aangereikt worden en je alleen maar in hoeft te zijn ze te herkennen? Betekent dit dat de oplossing ligt in het aanvaarden van de wijsheid die besloten is in deze intellectuele stompzinnigheid? Door deze te zien als een Godsgeschenk? Door in te zien dat juist deze paradox de sleutel bevat tot de wijsheid van Overgave en het aanvaarden dat onthouding van ondersteuning mij juist dwingt het in mijn binnenwereld te zoeken en te aanvaarden dat het Geloof en de Geestkracht in staat zijn het lichaam te zuiveren? Dat dus deze stompzinnigheid van het intellectuele denken paradoxaal genoeg mijn redding zal zijn?”
KAREL JE WORDT BEDANKT!!